Weerman Leen de Koning

Weerman Leen de Koning

Nieuwerkerk a/d IJssel

Loading

TROPISCHE DINSDAG

De afgelopen week was het prima nazomers met veel zon en geen neerslag. Afgelopen dinsdag werd het zelfs tropisch warm en  landelijk werd met 35,1 graden in Gilze Rijen het september record verbroken.

Misschien is het je al eens opgevallen: in de lente en zomer vallen de meeste en zwaarste buien doorgaans in het binnenland terwijl de buien in de herfst (en winter) vooral in de kustgebieden lijken voor te komen. De afgelopen week zagen we het al gebeuren en trokken de (onweers)buien vooral over de noordwestelijke helft van het land, waardoor daar in augustus plaatselijk meer dan 150 millimeter is gevallen en in het zuidoosten lokaal niet meer dan 20 millimeter. Deze overgang tegen het einde van de zomer, waarbij de meeste buien zich verplaatsen naar de kustgebieden, zien we elk jaar en hoort bij ons gematigde zeeklimaat. Maar wat veroorzaakt nu deze verschuiving?

Onstabiel

Als de lucht in de onderste lagen van de atmosfeer relatief warmer wordt dan de lucht op grotere hoogte krijgt de atmosfeer een onstabiele opbouw en kunnen er buien ontstaan. Dit kan gebeuren wanneer het aardoppervlak door zonnestraling zodanig word verwarmd dat ook de lucht vlak daarboven geleidelijk wordt opgewarmd. Deze opgewarmde luchtbellen worden lichter dan de omgeving en stijgen daardoor op, dit noemen we ook wel thermiek. Mits er genoeg vocht aanwezig is, kan zo'n thermiekbel uitgroeien tot een stapelwolk en kan er uiteindelijk een bui ontstaan. In de lente en zomer heeft de zon veel kracht waardoor het aardoppervlak gemakkelijk opwarmt.

Boven zee werkt dit proces veel minder goed; (zee)water heeft een grotere geleiding dan land en warmt slechts heel geleidelijk op. Zo wordt de maximumtemperatuur van het zeewater niet zoals op land aan het einde van de middag bereikt maar pas aan het einde van de zomer of het begin van de herfst. In de lente en zomer warmt de lucht boven land dan ook veel makkelijker op en ontstaan de stapelwolken en buien bij een westelijke stroming pas verder landinwaarts. Boven zee en aan de kust is er dan vaak veel minder bewolking.

Zeewatertemperatuur

Tegen het einde van de zomer of aan het begin van de herfst verandert deze situatie echter. De zon verliest aan kracht en er wordt geleidelijk minder warme lucht aangevoerd. Het zeewater heeft dan pas net de hoogste temperatuur bereikt en zal op steeds meer dagen juist warmer zijn dan de luchttemperatuur boven land. Dat betekent dat buien vanaf dat moment juist gemakkelijker kunnen ontstaan boven het warme zeewater en vervolgens langzaam zullen uitsterven wanneer ze verder landinwaarts trekken. In dat geval valt de meeste neerslag dus in de kustgebieden.

De afgelopen week lagen de zeewatertemperaturen voor de kust rond of zelfs boven de 20 ⁰C, terwijl de middagtemperaturen boven land met moeite boven de 20 ⁰C uitkwamen en het grootste deel van de dag ruim daaronder lagen. Terwijl de buien landinwaarts in de loop van de avond uitstierven en vaak pas weer in de volgende middag opleefden, bleven de buien boven zee en in de kustgebieden de hele dag doorgaan.

Grotere temperatuurverschillen tussen land en zee

Terwijl de luchttemperatuur in de loop van de herfst en winter verder afneemt, blijft het zeewater nog lang warm waardoor de temperatuurverschillen tussen land en zee de komende maanden alleen maar groter worden. Wanneer we kijken naar de klimatologische neerslagverdeling over het land voor de maanden augustus, september en oktober zien we het gevolg daarvan dan ook duidelijk terug. De kustgebieden worden elke maand een beetje natter terwijl de neerslaghoeveelheden in het zuidoosten min of meer gelijk blijven en bijna de helft minder zijn. Pas later in de herfst en in de winter begint het zeewater goed af te koelen en de laagste zeewatertemperatuur wordt pas eind februari of in maart bereikt. Wanneer de krachtiger wordende zon al vroeg in de lente de temperatuur boven land laat stijgen, zullen de stapelwolken en buien al snel weer gemakkelijker boven land ontstaan en keert de situatie zich weer om. (bron KNMI)

De week begon maandag met zonnig en warm weer. Er was nauwelijks bewolking en er stond ook maar weinig wind. Het werd ruim 27 graden.

Het was zeker landelijk gezien dinsdag een zeer bijzondere dag. In Gilze Rijen werd het 35,1 graden. Nooit eerder was het in september zo warm. In de al wat meer schaduwrijke tuin rond deze tijd van het jaar werd het in de Zuidplas ruim 30 graden.

Overdag werd het woensdag 23 graden. Er waren wolkenvelden, maar af en toe brak ook de zon nog door. Het bleef droog.

De matige tot af en toe krachtige wind kwam donderdag uit het noordoosten en er werd minder warme lucht aangevoerd. Het werd net geen 19 graden.

Het was vrijdag opnieuw vrijwel kraakhelder en dankzij de zon werd het in de middag even 21 graden.

De zon scheen ook zaterdag weer volop. Het werd in de middag bij een matige noordoostelijke wind 22 graden.

Ook zondag weer volop zon en geen bewolking. De temperatuur liep op naar 21 graden.

De weerspreuk van de week:

Septemberregen,

komt ’t zaad gelegen!

 

 

 

 

Week 38 temperatuur (°C)

Minimum   Maximum
Datum 2020 2019   2020 2019
MA 14-09 12.1 9.8   27.3 22.3
DI 15-09 15.1 9.8   30.3 25.8
WO 16-09 17.7 13.9   27.5 18.0
DO 17-09 11.4 9.8   18.9 18.8
VR 18-09 9.4 10.2   21.1 17.8
ZA 19-09 9.6 11.7   22.7 18.1
ZO 20-09 9.9 7.2   21.3 19.2

Week 38 neerslag (mm)

Datum 2020 2019
MA 14-09 0.0 0.0
DI 15-09 0.0 0.0
WO 16-09 0.0 1.2
DO 17-09 0.0 0.0
VR 18-09 0.0 0.0
ZA 19-09 0.0 0.0
ZO 20-09 0.0 0.0